Veelgestelde Vragen

Hier vindt u antwoorden op veelgestelde vragen. Geen antwoord gevonden? Neem contact op met onze helpdesk.
FAQ
Algemeen 

Algemeen

 

GRO is geen afkorting. GRO is een Noorse meisjesnaam en betekent “groei”.

Dit duurzaamheidsinstrument werd genoemd naar de Noorse ex-premier Gro Harlem Brundtland, die voorzitter was van de VN-commissie “World Commission on Environment and Development” en die in 1987 het rapport “Our Common Future” uitbracht.

 

Zowel GRO als BREEAM zijn duurzaamheidsmeters. GRO werd ontwikkeld vanuit Het Facilitair Bedrijf van de Vlaamse overheid en is vrij beschikbaar voor iedereen, wat verschillend is van BREEAM. Daarnaast is GRO procesbegeleidend en minder resultaatgericht. Er zal bij GRO geen certificaat uitgereikt worden op het einde.

GRO legt wel een link met bijvoorbeeld EPB en TOTEM.

 

Sommige duurzaamheidsmeters proberen een focus te leggen. We mogen bijvoorbeeld GRO en TOTEM niet naast elkaar zetten, want deze werken op een verschillende manier en hebben een andere focus. Zo is TOTEM specifiek gericht op de milieu-impact van materialen en bekijkt GRO duurzaamheid in zijn totaliteit. TOTEM is één van de duurzaamheidsaspecten die in GRO geëvalueerd wordt.

GRO en BREEAM zijn wel vergelijkbaar. Deze hebben hetzelfde doel (duurzaamheid in zijn totaliteit opvolgen en beoordelen), maar zijn wel verschillend op bepaalde vlakken: BREEAM bestaat niet specifiek voor België, wel voor Nederland en is betalend te gebruiken. Als je als opdrachtgever internationaal werkt en je wil één tool gebruiken over verschillende landen heen, zal GRO minder aanbevolen zijn aangezien deze in het buitenland niet gekend is.

Probeer goed te kijken wat er juist gevraagd wordt vanuit de opdrachtgever, wat de ambities zijn en hoe de duurzaamheidsmeter werkt (focus, procesbegeleidend of resultaatgericht, gratis of betalend, wel of niet met een certificaat …).

 

Vanuit de overheid en vanuit het GRO-team worden geen presentaties of opleidingen aangeboden buiten de publieke opleidingen die aangekondigd worden op de website van GRO. Indien de geplande publieke opleidingen onvoldoende zijn, kan je dit melden bij de GRO-helpdesk. Dit kan via het contactformulier op de officiële GRO-website. Op die manier kunnen de organiserende overheden het aanbod beter afstemmen op de vraag vanuit de sector.

 

Er wordt momenteel onderzocht in welke mate GRO in lijn ligt met de criteria van de EU taxonomie en welke aanpassingen nodig zijn om GRO te aligneren. We streven er echter niet naar om van GRO een tool te maken dat aantoont dat men aan de EU taxonomie voldoet. Het zal u wel helpen om de data die nodig is voor de EU-taxonomie bij de hand te hebben.


Er staan voorbeelden op de GRO-website. Omwille van auteursrechten kunnen dossiers van bouwprojecten niet zonder toestemming gedeeld worden.


GRO heeft momenteel een focus op bouwprojecten en dat zal ook in de toekomst zo blijven.

 

Ja, men kan dan bij het invullen van de documenten enkel rekening houden met het deel van het gebouw dat gerenoveerd wordt.

 

Vaak zit er bij grotere projecten een extra persoon mee aan de ontwerptafel: een duurzaamheidsadviseur. Dat kan iemand zijn van het ontwerpteam, maar dat kan ook een extern persoon zijn die zich hier enkel op focust. Deze persoon zal dan duurzaamheid opvolgen van a tot z. Deze functie kan ook aan de kant van de opdrachtgever aanwezig zijn.

Let op: Deze persoon zal niet perse alle berekeningen en bewijsstukken zelf opmaken. Hij coördineert en brengt alle aspecten samen. Hij bewaart het overzicht.


Je hoeft geen opleiding te volgen of erkenning te hebben om GRO te mogen invullen en je project met deze duurzaamheidsmeter op te volgen.

We raden wel aan om iemand in het team aan te duiden die deze taak op zich neemt. Aangezien duurzaamheid zeer ruim is en verweven zit met heel wat andere disciplines, is het belangrijk dat iemand de coördinatie ervan op zich neemt.

Binnen het team niemand met ervaring? Geen probleem. Ondertussen zijn heel wat bureaus zich aan het specialiseren en bieden ze de opvolging a.d.h.v. GRO aan als afzonderlijke dienst.

 

We gaan in de toekomst meer en meer gemengde gebouwen hebben, enerzijds qua functie en anderzijds nieuwbouw/renovatie. Dat is mogelijk binnen GRO. Normaal gezien geeft GRO één globale score voor de totaliteit van het gebouw. De opdrachtgever kan ervoor kiezen om het project op te splitsen als er duidelijke verschillen zijn, bijvoorbeeld een deel uitbreiding (nieuwbouw) en een deel renovatie. De opdrachtgever kan er ook voor kiezen het als een geheel te bekijken en dan een gemiddelde te hanteren. De keuze ligt bij de opdrachtgever. Uiteraard hangt het ervan af hoe groot de verschillen zijn.

 

Dit is een gemiddeld niveau van alle prestatieniveaus van de afzonderlijke criteria die van toepassing zijn binnen een project. Deze criteria wegen evenveel door.

 

Je mag een vraag met ‘NVT’ beantwoorden als het aspect niet van toepassing is op het project of als het ontwerpteam er geen invloed op heeft. Er is geen minimum aantal vragen die beantwoord moeten worden in de checklists. Uit onze inzichten wordt GRO pas ingevuld wanneer de schaal van de ingrepen voldoende groot is. Dit betekent dat er altijd heel wat vragen ingevuld kunnen worden.

Als de checklist niet volledig wordt ingevuld, bv. in het geval van een renovatie, kunnen we daarom niet altijd spreken over een duurzaam gebouw, maar wel over duurzame ingrepen.

 

Je kan als opdrachtgever een criterium deactiveren als je er geen belang wilt aan hechten, als het al op een andere manier opgevolgd wordt of als het helemaal niet van toepassing is op je project. Sommige projecten kunnen namelijk buiten het beschreven toepassingsgebied van bepaalde criteria vallen. Je kan als ontwerpteam geen criterium deactiveren als je de eisen niet kan halen. Dan haal je prestatieniveau ‘niet voldaan’ in GRO 2017/2019/2020 of ‘geen punten’ in GRO 2025.

Het deactiveren van criteria in GRO 2017/2019/2020 verhoogt automatisch het gewicht van de resterende criteria. Het deactiveren van criteria binnen een thema in GRO 2025 verhoogt automatisch het gewicht van de resterende criteria binnen dat thema.

Om die reden kunnen globale prestatieniveaus tussen projecten met een heel verschillend aantal actieve thema’s en criteria niet zomaar vergeleken worden. Als je GRO niet zo goed als volledig invult, heeft het globaal prestatieniveau meestal weinig betekenis.

 

Als principe voor de checklists (bijvoorbeeld voor LCC 1-2, …) geldt: als 90% aan een eis voldoet, mag ‘ja’ toegekend worden. Bijvoorbeeld de vraag als 90% van de beglazing van binnenuit zonder bijkomende maatregelen kan gereinigd worden. Voor een aantal ruiten is in jouw project misschien toch een hoogtewerker nodig. Indien dus 90% van de beglazing van een project eenvoudig bereikbaar is en zonder bijkomend gereedschap gewassen kan worden, dan mag je deze vraag met ‘ja’ beantwoorden.

Het percentage heeft altijd betrekking op het onderdeel of item waarover het gaat. Bij zonwering dus op de zonwering in het project, bij vloeren op de vloeren.

Algemeen GRO 2025

Algemeen GRO 2025

 

GRO 2020.3 en GRO 2025 hebben dezelfde doelstelling en globale visie, maar verschillen sterk in methodiek en opbouw. We raden daarom niet aan over te schakelen naar GRO 2025. Integendeel zelfs, enkel wanneer je GRO 2020.3 behoudt als meter is er een continuïteit in opvolging mogelijk. Bovendien is het team van het lopend project intussen vertrouwd met de criteria en de gestelde eisen. Overschakelen naar GRO 2025 zou een sterke breuk betekenen en vraagt een opstart en kennismaking met de nieuwe versie (incl. nieuwe ambities opstellen etc.).

Wil je meer weten over de verschillen tussen beide versies? Raadpleeg dan het PDF-document ‘vergelijking 2020.3’, te downloaden op de downloadpagina, onder Vorige versies.

 

Er zijn twee soorten updates van GRO. Updates binnen eenzelfde versie krijgen een volgnummer na het jaartal, bv. GRO 2025.1. Deze update bevat enkel verbeteringen en verduidelijking maar geen grote inhoudelijke wijzigingen. Afhankelijk van hoe ver jouw GRO-traject al gevorderd is, kan je zelf bepalen als een overstap relevant is. Het is aan te raden om in de meest recente update te werken.

Een grote inhoudelijke update van GRO zal gepubliceerd worden in een nieuwe versie, bv. GRO 2030. Het is niet aangewezen om in een lopend GRO-traject van versie te veranderen omdat de thema’s, criteria en eisen zullen verschillen. Bij overstap halfweg een GRO-traject zou er geen continuïteit zijn in de opvolging en is er geen aftoetsing meer mogelijk met de minimale prestatieniveaus en de ambitieniveaus.

 

Er staan voorbeelden van GRO 2020.3 op de GRO-website. Omwille van auteursrechten kunnen dossiers van bouwprojecten niet zonder toestemming gedeeld worden. Er zijn nog geen voorbeelden van GRO 2025 aanwezig. Van zodra deze beschikbaar zijn, worden ze op de website toegevoegd.

 

Helaas kan dit niet aangezien de tool macro’s gebruikt die specifiek geschreven zijn voor Microsoft Excel. Deze specifieke macro’s zijn niet compatibel met andere software.

We zijn ons bewust van deze beperking en onderzoeken de mogelijkheid om in de toekomst een meer toegankelijke versie te ontwikkelen.

 

Bij de GRO-documenten zit een stappenplan om de macro’s in te schakelen en het document vertrouwd te maken. Lukt dit niet? Dan kan je ook proberen via de instellingen in Excel. Open daarvoor de gewenste GRO-Excel, klik op ‘Bestand’ > ‘Opties’. In de tab ‘Vertrouwenscentrum’ klik je vervolgens op ‘instellingen voor het vertrouwenscentrum’. Een nieuw venster opent. In het vertrouwenscentrum kan je macro’s inschakelen via ‘macro-instellingen’ en het document vertrouwd maken via ‘vertrouwde locaties’ of ‘vertrouwde documenten’.

 

Elke Excel bezit een tabblad ‘handleiding’ waarin de werking staat uitgelegd. Ook in de pdf ‘Handleiding’ staat nuttige informatie. Het is belangrijk dat je in GRO 2025 de macro’s inschakelt, de bestandslocatie als vertrouwd instelt en vervolgens het tabblad ‘start’ correct invult voor je de andere tabbladen gebruikt. Dit staat uitgelegd in de GRO-documenten.

 

Indien je het gevoel hebt dat niet alles zichtbaar is in je Excel, dan zal het tabblad ‘start’ van die Excel vermoedelijk nog niet zijn ingevuld. Dit tabblad zorgt ervoor dat de juiste cellen en tabbladen getoond worden. De criteria kunnen namelijk verschillen afhankelijk van het gewest en de gevolgde procedure.

 

Dat heeft op dit moment enkel betrekking op de fases, omdat je in een andere procedure zoals een Design & Build minder/andere fases hebt. De tabbladen per fase worden automatisch aangepast als je de keuze maakt in het tabblad ‘start’ van de Excel.

 

Bij het gebruik van GRO zou je niet mogen focussen op de cijfers, maar de rekenmethode is geen geheim.

Globaal prestatieniveau
Het globale prestatieniveau in de Overzichtsfile wordt berekend als het gemiddelde van de scores van alle thema’s. Elk thema (bv. CRD, CIRC, HEA, …) krijgt hierbij hetzelfde gewicht, ongeacht het aantal criteria waaruit het is opgebouwd. 

Berekening binnen een thema 
Per thema wordt eerst het gemiddelde genomen van de resultaten van de criteria die tot dit thema behoren. De maximale score voor een thema bedraagt 2,75, als gemiddelde van de grenswaarden van prestatieniveau ‘uitstekend’. Als we het maximum aantal punten per prestatieniveau zouden toekennen, zou dit te positief doorwegen.

Berekening binnen een criterium 

Per criterium wordt eerst het gemiddelde genomen van de resultaten van de eisen binnen dit criterium: goed = 1,5, beter = 2,25 en uitstekend = 2,75. Dit zijn de gemiddelden van de grenswaarden van de prestatieniveaus. De maximale score voor een deeleis en een criterium bedraagt dus 2,75.

Gevolgen van gelijke weging tussen thema’s 
Doordat elk thema even zwaar meetelt in het globaal prestatieniveau, krijgen de afzonderlijke criteria binnen een thema een verschillend gewicht in het globaal resultaat. In een thema met weinig criteria (bv. ENE) weegt elk criterium zwaarder door dan in een thema met veel criteria (bv. HEA). Daardoor kan een score op één enkel criterium in een klein thema een grotere impact hebben op het globale prestatieniveau. 

Niet van toepassing (NVT) 
Indien in het tabblad ‘Projectspecifiek’ wordt aangeduid dat een criterium of thema niet van toepassing is, wordt dit volledig uitgesloten uit de berekening. Het thema telt dan dus niet mee in het gemiddelde. Het deactiveren van criteria binnen een thema verhoogt automatisch het gewicht van de resterende criteria binnen dat thema.

 

Wij ontvangen zéér graag jullie bemerkingen. Op deze manier kunnen we versneld komen tot een verbeterde versie! Kijk gerust eerst even na als het probleem ook aanwezig is in de meest recente versie van GRO. Het probleem is mogelijk intussen al opgelost, of het is opgenomen in de lijst met bekende fouten op de downloadpagina.

Om een opmerking of suggestie te melden gebruik je bij voorkeur het contactformulier op deze website. Indien mogelijk ontvangen wij de opmerkingen graag per criterium en met voldoende context (bv. versie van het document, wat je invulde op het tabblad ‘start’ …). Indien gewenst kan je een bijlage toevoegen.

LEVEL 0

Thema’s LEVEL 0

 

De Contextanalyse is bedoeld voor de opdrachtgever van een bouwproject. Die zou het moeten invullen nog voor een bouwopdracht concreet wordt uitgedacht en een ontwerpteam wordt aangesteld. Meer informatie over hoe je de Contextanalyse moet gebruiken kan je lezen in de pdf ‘Handleiding’,onder LEVEL 0 Contextanalyse.

 

Nee, het is inhoudelijk en Excel-technisch niet noodzakelijk, maar het is wel een cruciale stap voor een succesvol project. De  Contextanalyse zou als de strategische basis van het project moeten worden aanzien.

Bij het ontstaan van een idee voor een bouwproject breng je als opdrachtgever de risico’s en kansen in kaart. Door deze stap als opdrachtgever zorgvuldig te doorlopen, zorgt men ervoor dat de projectvraag op vlak van duurzaamheid onderbouwd en doordacht is alvorens het ontwerpteam aan de ontwerp- en uitvoeringsfases begint. Dit voorkomt dat belangrijke inzichten pas aan het licht komen tijdens de aanbesteding of de bouw, wanneer aanpassingen vaak duur en complex zijn.

Ook als je als ontwerpteam niet beschikt over een ingevulde Contextanalyse, kan je deze zelf opmaken om aandachtspunten en opportuniteiten van de site en het project te leren kennen en er rekening mee te houden in het ontwerp.

LEVEL 1 & 2

Thema’s LEVEL 1 & 2

 

Hoewel het Excel-technisch mogelijk is om Design te gebruiken zonder Concept, is dit niet de bedoeling en raden we het sterk af. De kracht van GRO zit juist in de samenhang tussen contextanalyse, concept en design (de levels).

Beschouw Concept als de essentiële communicatietool voor het project. Het is dé fase waarin alle partners (opdrachtgevers, architecten, ingenieurs, aannemers …) rond de tafel worden gebracht. Samen worden hier de gemeenschappelijke duurzaamheidsambities vastgelegd, zodat iedereen vanaf het begin op dezelfde golflengte zit.

Deze gedeelde visie vormt de rotsvaste basis voor Design. Wanneer er later in het proces, tijdens de gedetailleerde technische uitwerking, discussies of onduidelijkheden ontstaan, kan men altijd terugvallen op de afspraken uit Concept. Het is het gezamenlijke referentiekader dat richting geeft en discussies beslecht.

Gekende fouten
GRO 2020.3

Algemeen GRO 2020.3

De toepassingsmatrix wordt bijvoorbeeld gebruikt bij:

  • grotere en complexe projecten,
  • projecten waarbij de binnencomforteisen variëren tussen de verschillende ruimtes,
  • DB(FM)-opdrachten om de prestatie-eisen per lokaal contractueel vast te leggen.

Per ruimte kan aangeduid worden:

  • of GRO van toepassing is dwz. of deze ruimte via GRO beoordeeld wordt of niet. Bij secundaire ruimten en ruimten waar geen bijzondere eisen aan gesteld worden zoals bergingen, sanitair, parkings enz. kan bv aangegeven worden dat ze vorstvrij, cfr wetgeving… gerealiseerd moeten worden.
  • het gewenste minimale comfortniveau in vorm van het prestatieniveau cfr. GRO

Hieronder zijn twee voorbeelden van een toepassingsmatrix, een eenvoudige en een meer gedetailleerde matrix.

Eenvoudige matrix

Eenvoudige toepassingsmatrix voorbeeld

Gedetailleerde matrix

Gedetailleerde toepassingsmatrix voorbeeld

De uitgebreide uitleg is in het tabblad ‘Handleiding’ van de excel-file BIN-Toepassingsmatrix te vinden.

 

 

Dezelfde overzichtsfile wordt doorheen het volledige project gebruikt. Opdrachtgever en opdrachtnemer kunnen de file als communicatietool gebruiken om opmerkingen te formuleren, bij te sturen, de ambitie op te volgen enz.

  • Fase voorbereiding: de opdrachtgever vinkt de criteria aan die van toepassing zijn op de opdracht. Hij duidt aan voor welke criteria hij minimale prestatieniveaus vooropstelt.
  • Fase offerte bij een DB(FM): de inschrijver vult de overzichtsfile in die bij het bestek werd gevoegd. Hij duidt per criterium het beoogde prestatieniveau aan, onderbouwd met de gevraagde bewijsvoering en beschrijft zijn aanpak in de nota duurzaamheid.
  • Fase offerte bij een wedstrijd (geen schetsontwerp, enkel visie gevraagd): De overzichtsfile hoeft niet ingevuld te worden door de inschrijver. Meestal wordt een visienota of plan van aanpak duurzaamheid gevraagd waarin ingegaan wordt op de verschillende aspecten rond duurzaamheid en hoe deze in het project geïntegreerd en gerealiseerd kunnen worden.
  • Fase offerte bij een wedstrijd met schetsontwerp: De inschrijver vult de overzichtsfile die bij het bestek werd gevoegd in. Hij duidt per criterium het beoogde prestatieniveau aan en beschrijft zijn aanpak in de nota duurzaamheid.
  • Volgende fases: in elke fase levert het ontwerpteam de ingevulde file incl. bewijsvoering aan.
  • Controle/beoordeling door de opdrachtgever: De opdrachtgever controleert en analyseert de aangeleverde documenten. Hij kan zijn opmerkingen direct in de overzichtsfile noteren en zo terug bezorgen aan het ontwerpteam. Idealiter wordt dezelfde overzichtsfile doorheen het volledige project gebruikt.

 

Dat heeft op dit moment enkel betrekking op de fases, omdat je in een niet-klassieke procedure zoals een Design & Build minder/andere fases hebt. De fases die niet van toepassing zijn kan je op dit moment niet uitschakelen in de Excelfiles. Daarom is er een tweede versie gemaakt waarbij er minder fases opgenomen zijn.

 

Dit gaat helaas niet automatisch. Je kan wel het tabblad “Prep Radar” zichtbaar maken om vervolgens hierin de criteria te wissen.

Criteria Gebouw 2020.3

 

In de pdf van de GRO-criteria staat op p78 ‘Optie A: Ontwerpen naar een zeer laag emissief gebouw’. We stellen voor om de ‘<100 μg/m²u’ voor TVOS en ‘<20 μg/m²u’ voor formaldehyde uit die tabel te vervangen door de waarden ‘<300 μg/m³’ voor TVOC en ‘<30 μg/m³’ voor formaldehyde. Dit zijn de waarden voor zeer laag uitstotende producten voor heel laag vervuilde gebouwen uit de norm NBN EN 16798 tabel B.17.

Wij zullen dit ook zo aanpassen bij een volgende update van GRO.

 

Het label toegankelijk gebouw bestaat momenteel enkel voor kantoorgebouwen. Voor alternatieven kan u best contact opnemen met Inter.

 

De graad van toegankelijkheid wordt bepaald door de “keten van toegankelijkheid”. Elk onderdeel van een gebouw vormt een schakel in een groter geheel. Als één van deze schakels in een gebouw of omgeving niet toegankelijk is, wordt de keten van toegankelijkheid doorbroken.

Voor ‘beter’ in GRO is het dus nodig dat aan álle zwart aangeduide eisen voldaan wordt.

 

In samenspraak met de toegankelijkheidsadviseur kunnen alternatieve oplossingen besproken worden indien bepaalde randvoorwaarden van het project de standaardoplossing niet toelaten, bijvoorbeeld bij bestaande gebouwen. De toegankelijkheidsadviseur is de meest geschikte persoon om samen met het ontwerpteam en de opdrachtgever de best mogelijke alternatieve oplossing te zoeken voor een zo hoog mogelijke graad aan toegankelijkheid.

 

De invloed van de gebruiker kan soms tegenstrijdig zijn met het streven naar energiezuinigheid en goed gebouwbeheer. Als opdrachtgever geeft men prioriteit aan één van de twee aspecten:

  • aan de invloed van de gebruiker (dus de zonwering kan op elk moment door de gebruiker beïnvloed worden = 1 punt) of
  • aan het zomercomfort (geen invloed op zonwering = 0 punten).

Er bestaan ook tussenoplossingen waarbij de gebruikers enkel invloed kan hebben op de zonwering in periodes waarbij geen of nauwelijks negatieve impact op het zomercomfort te verwachten is. Bijvoorbeeld is de sturing zo geprogrammeerd dat de gebruiker de zonwering niet individueel kan sturen als de zoninstraling boven een bepaalde drempel (x watt/m²) ligt.

 

Enkel indien het project volgens de EPB-regelgeving onder ‘renovatie’ valt.

 

Indien ervoor wordt gekozen om de beoogde verbetering (10 of 20%) te realiseren op de eis Umax/Rmin.

 

Dit EPB-deel valt dan buiten het toepassingsgebied van dit criterium. In de huidige versie van GRO staat dit inderdaad niet uitdrukkelijk vermeld.

Maar in de toekomstige intergewestelijke versie zal uitdrukkelijk vermeld staan dat dit enkel van toepassing is op E-peilplichtige projecten/gebouwdelen.

Als opdrachtgever zou je in de plaats een nota kunnen vragen.

In bijlage ENE2 staat “Stadsverwarming of stadskoeling en participatie worden niet meegerekend in de hoeveelheid hernieuwbare energieën gezien deze niet site-gebonden zijn”. Dit is zo gekozen omdat je er als gebouweigenaar te weinig controle over hebt.

Indien het project op een site met meerdere gebouwen ligt die zijn aangesloten op een privaat warmtenet specifiek voor die site, en de eigenaar van het warmtenet, de gebouwen en de site is dezelfde, dan mag het aandeel hernieuwbare energie wel meegenomen worden.

 

 

In het tabblad ‘rekenblad’ van bijlage ‘ENE2_Rekenblad hernieuwbare energien.xlsx’ wordt het totaal primair energieverbruik opgesplitst in een hernieuwbaar en een niet hernieuwbaar deel. Het totaal primair energieverbruik zal daardoor niet overeenkomen met het resultaat in de EPB-software, waar het hernieuwbare primaire energieverbruik al wordt afgetrokken. Het resultaat in de EPB-software komt dus overeen met het niet hernieuwbaar primair energieverbruik.

 

Vanaf 1 maart 2021 wordt er naast het oude energielabel een nieuw energielabel geïntroduceerd. Het label wordt geleidelijk ingevoerd waarbij de labels A+, A++ en A+++ verdwijnen. De reden hiervoor is dat toestellen steeds energiezuiniger worden en er ontstond verwarring tussen de verschillende A-labels. Daarom worden alle labels omgezet naar een meer simpele A tem G schaal. Initieel zal bij de herschaling telkens het A-label leeg zijn om zo plaats te laten voor innovatie. Vanaf maart 2021 bestaan de twee energielabels dus naast elkaar.

Op dit moment (stand oktober 2021) zijn volgende productgroepen voorzien van een nieuwe energielabel:

  • huishoudelijke wasmachines en huishoudelijke was-droogcombinaties (geen droogkasten);
  • elektronische schermen (televisietoestellen en computerschermen);
  • koelapparaten (koelkasten, diepvriezers en wijnkoelers);
  • huishoudelijke vaatwassers;
  • lichtbronnen.

Hier vindt u meer info over het nieuwe label.

In GRO versie 2020.1 zijn waar nodig het oude én het nieuwe energielabel opgenomen in de eisen. Echter zijn de schalen niet zomaar vergelijkbaar. Vooral bij de huishoudelijke toestellen zal eenzelfde klasse voor de ene productgroep moeilijker te halen zijn dan voor een andere productgroep.

 

Er bestaat inderdaad geen Europees Energielabel voor medische apparatuur of professionele keukentoestellen. Deze vallen bijgevolg niet onder GRO.

Om tot energiezuinige toestellen te komen, kan u o.a. naar het energieverbruik van de toestellen kijken, naar het GWP van de koelmiddelen enz.

 

In ENE3 wordt het energielabel van de lichtbron gevraagd. Het is inderdaad correct dat de energie-efficiëntie afhangt van de combinatie van lichtbron en armatuur. Momenteel behouden we echter onze eis. Van lichtbronnen is het energielabel te vinden. Verlichtingsarmaturen zullen vandaag enkel een energielabel hebben wanneer er sprake is van een ‘containing product’ (verlichtingstoestel, meubilair, …) waar de lichtbron niet zomaar kan verwijderd worden. De volledige armatuur wordt dan als lichtbron beschouwd. Het energielabel zal er dan net hetzelfde uitzien als bij een lichtbron. We vragen niet naar het rendement van de combinatie lichtbron+armatuur omdat dit vaak niet beschikbaar is en dus veel extra werk vraagt.

We bekijken als we op termijn een vereenvoudiging kunnen toestaan bij gebruik van de EPB-software voor datzelfde project. Als in de EPB-software de verlichting gedetailleerd wordt ingevoerd, met armaturen en lampen, denken we na over de toelating om deze armaturen en lichtbronnen niet meer te moeten opnemen in de gevraagde overzichtslijst van ENE3. Maar dit moet nog verder onderzocht worden.

 

De inspanningen in uw redenering worden wel beloond met een bonuspunt, want daar staat zowel grijs- als regenwater vermeld.

In praktijk wordt grijs water echter nog niet vaak hergebruikt, en al zeker niet om alle waterbehoefte te dekken die geen drinkwaterkwaliteit moet zijn. De reiniging van grijs water kan op natuurlijke wijze gebeuren, maar kan ook energie vragen bij projecten met beperkte grondoppervlakte. En bij een hevige langdurige regenbui zal de infiltratie van regenwater te traag verlopen waardoor het rioleringsnet toch (over)belast wordt. Of de infiltratievoorziening moet heel groot zijn, omdat er geen buffervat is voor regenwaterhergebruik. Daarom blijven we het terecht vinden dat hergebruik van regenwater een beloning krijgt in de tool.

 

Op basis van de uitleg in de duurzaamheidsmeter GRO kan je zelf de gebiedsklasse bepalen. Er zijn geen kaarten beschikbaar.

  • E1: Natuurgebieden met een zeer lage omgevingshelderheid.
  • E2: Gebieden met een lage omgevingshelderheid, in het algemeen lintbebouwing, buiten stedelijke en landelijke gebieden.
  • E3: Gebieden met een gemiddelde omgevingshelderheid, in het algemeen woongebieden en een gematigde stedelijke omgeving.
  • E4: Gebieden met een hoge omgevingshelderheid, in het algemeen stadscentra gecombineerd met woon- en industriegebieden met intensieve nachtelijke activiteiten.

 

Een relevant voorbeeld is nog niet beschikbaar. U vindt hierover meer informatie in het laatste tabblad van de bijlage ‘TOE1’.
U kunt zelf beslissen of u deze vragen voor uw project het best kunt beantwoorden via aanduidingen op een plan of via een nota.

Gekende fouten – GRO 2020

 

In de cel van de bonuspunten in het tabblad samenvatting staat volgende formule: =ALS(G19=””;””;(ALS(G19<0,5;”0″;(ALS(G19>=0,5;”1″;(ALS(G19>=0,75;”2″;3)))))))

Excel kijkt naar de eerste voorwaarde waar ze ‘ja’ op kunnen antwoorden, en dat is de vraag als de waarde in G19 groter is dan 0,50. Vandaar dat er maar één bonuspunt wordt toegekend.

U mag de formule in die cel wijzigen naar: =ALS(G19=””;””;(ALS(G19<0,5;”0″;(ALS(G19<0,75;”1″;(ALS(G19<1;”2″;3)))))))

 

Dit is een fout van de overzichtsExcel.

Je mag de volgende formule aanpassen naar:

  • overzichtsfile niet klassieke procedure: de formule in cel Q213 moet zijn =ALS(P213=””;””;(ALS(P213=3;”uitstekend”;”niet voldaan”)))
  • overzichtsfile klassieke procedure: de formule in cel P213 moet zijn =ALS(O213=””;””;(ALS(O213=3;”uitstekend”;”niet voldaan”)))